Winnaar NYC Drone Festival 2015 interview

Robert McIntosh,  winnaar in de categorie FPV / Technisch van het eerste NYC Drone Film Festival, heeft al een lange ervaring met het oplappen van custom drones.

Niet zelden gebruikt hij hiervoor on-orthodoxe technieken zoals stukjes creditcard, paperclips en elastiekjes die hij uit z’n ondergoed haalde.  Dat staat vandaag te lezen in het blog van de Amerikaanse krant The Wall Street Journal.

In de wereld van de onbemande luchtcinema zijn er volgens de krant nu eenmaal veel cowboys, en Robert’s video’s zijn een cult-fenomeen geworden in de kleine maar opkomende wereld van de drone kunst.

In de winnende kortfilm, getiteld “Santa Monica Airlines“, vliegt Robert met zijn custom-made drone aan het strand en doorheen het reuzenrad van Santa Monica Pier, een prominente en 100 jaar oude bezienswaardigheid in Californië.

“Aan deze video is toch ongeveer een jaar planning voorafgegaan,” verklaart de 36 jarig drone piloot.

Hij ging het reuzenrad bijvoorbeeld op voorhand verkennen om de hoogte tussen de spaken te meten. Dan oefende hij het vliegen doorheen objecten van die afmetingen. Uiteindelijk maakte hij de opnames, snel en ongezien, op een rustige ochtend.

Na twee minuten was het afgelopen, het lukte zonder de aandacht te trekken. Daarna voegde hij muziek toe aan de film en zette hij de video op Vimeo.

Fans volgen Mr. McIntosh al bijna vier jaar lang, sindsdien worden zijn kortfilms als “Floating “met oa. drone beelden van Venice Beach alsmaar populairder.

“In die tijd waren drones met een camera erop gemonteerd gewoon een absolute nieuwigheid. Enthousiaste liefhebbers maakten toen hun eigen drones, en probeerden die zo lang mogelijk te laten vliegen,” legt de producer uit.

Robert McIntosh heeft ook al beeldmateriaal voor TV-reclamespots opgenomen en heeft ook klanten in andere domeinen. Een paar jaar terug heeft hij bijvoorbeeld ook meegeholpen aan een fragment voor een skateboardfilm .

McIntosh volgt naar eigen zeggen altijd de regels die in Amerika voor de hobbyist zijn opgesteld. Die verbieden piloten van drones om in de omgeving van vlieghavens te vliegen en stellen een hoogtebeperking in van 400 voet (120 meter.)

De Amerikaanse federale regering verbiedt evenwel nog altijd de meeste commerciële drone vluchten. Piloten van drones ontwijken deze beperkingen door in andere landen te gaan filmen, of door in de Verenigde Staten zelf geen geld te ontvangen voor de opnames.

McIntosh heeft een zakenpartner en producer die ook duidelijk maakt dat over de financiële aspecten weinig commentaar kan worden gegeven.

Robert McIntosh ontdekte drones terwijl hij aan het werken was voor de film Avatar in Nieuw-Zeeland. In de bossen aldaar kon hij naar hartelust zijn skills trainen met zijn eerste in mekaar geknutselde drones.

Even verdwenen de drones daarna in de kast en na een kleine hiatus begon Robert volop aan een nieuwe fase waarbij hij met volle overgave vele van zijn drones ook crashte. Twee drones liggen ergens in de oceaan, een ander raakte vast in een palmboom, maar die kon hij redden met een vislijn, duct tape en een citroen.

In de loop der jaren heeft de producer uit Californië al meer dan twintig verschillende versies van zijn drone gebouwd. Toen hij er mee begon was aerial cinematografie nog zo nieuw dat de kijkers niet beseften hoe hij dit videomateriaal kon maken.

Ze waren verbluft door de flitsende beelden, beelden die iedereen nu ook zelf kan maken met een speelgoed drone die in de winkel te koop is voor honderd dollar.

Dat is echt onvermijdelijk,” zegt Mr McIntosh aan de krant,  “Ik wist het toen al, ik was ook zo, ik vond het zo cool, ik kon niet geloven dat niemand anders het deed.”

Bekijk het winnende filmpje op Vimeo:

Het originele artikel verscheen vandaag op het WSJ blog.